Voortplanting / Fokken

Vragenronde        Ouderkeuze en stamboom De combinatie           Dracht en bevalling     
Het nest Socialisatie Nieuwe thuis Mogelijke problemen


Heel wat mensen raken gefascineerd door de talloze kleurtjes bij muizen en de leuke genetica erachter. Het zijn echte toverballetjes die heel kleurrijke nestjes teweeg kunnen brengen. Maar is muizen kweken gewoon wat mannen en vrouwen bijeen gooien, of komt er echt zoveel werk en organisatie bij kijken? Laten we het bij het tweede houden en alles stap voor stap uitleggen.

Vragenronde

De eerste en belangrijkste stap in dit proces is zonder twijfel jezelf de volgende vragen stellen:

  • Vind ik muizen echt leuk en leuk genoeg om er mee te fokken?
  • Heb ik de nodige plaats en tijd om te fokken?
  • Heb ik genoeg kennis over het opgroeien en over de genetica?
  • Waar breng ik de jonge dieren naartoe wanneer ze oud genoeg zijn?
  • Wat verwacht ik ervan en zal ik een tegenslag weten te verdragen?
  • Wat is / wordt mijn fokdoel?
  • Met welke dieren zal ik starten en waar haal ik die vandaan?
  • Kan ik nodige dierenartskosten betalen?

En zo kunnen er nog heel wat vragen opgesomd worden. Kortom, beginnen met fokken is iets waar over nagedacht moet worden. Dit kan niet gebeuren door op een bepaalde dag te beslissen enkele mannen en vrouwen bijeen te gooien!


Ouderkeuze en stamboom

Het grote voordeel aan muizen is dat een koppeltje heel makkelijk samen te stellen is. Er volgt vrijwel altijd een dekking (met uitzondering als een (of beide) van de ouders niet in staat is zich voort te planten door onvruchtbaarheid of ziekte bv.) met een dracht tot gevolg. Je kunt dus volledig zelf gaan beslissen welke dieren je samen plaatst. En toch moeten deze ouderdieren met zorg gekozen worden!

Zo wordt er het best van al op de stambomen gelet bij de keuze. Hoewel het maar een blaadje papier is, bevat het heel belangrijke informatie. Een muis die er qua uiterlijk gewoon zwart uitziet, kan heel wat genen met zich meedragen dat je liever niet, of juist wel heel graag in je lijn wilt terugzien. Misschien draagt het dier wel genen voor de kleur blauw, wat in je lijn past. Maar misschien zitten er ook heel wat ziektes in de lijn, wat je liever niet met jouw dieren kruist. Het is dus heel belangrijk deze papiertjes zorgvuldig te bewaren en te bestuderen, maar ook om met de fokker zelf te praten over de achtergrond van je aangekochte diertje. Daarnaast zijn stambomen ook heel nuttig om incest te voorkomen. Stambomen worden gewoon door de fokker zelf opgesteld en zijn niet verplicht, maar wel een vereiste voor een goede, betrouwbare fokker.

Maar ook de ouderdieren zelf moeten goed zijn. Een vrouwelijke kleurmuis moet minstens drie maand en maximaal zes maand oud zijn om haar eerste nestje te krijgen. Dit is een regel, maar als fokker moet je daarin eerlijk zijn tegen jezelf. Als je een vier maand oude muis in handen hebt, die nog duidelijk te klein of te mager is voor een nest, begin er dan niet aan! Maar ook in de omgekeerde situatie moet je er je verstand bijhouden. Een twee maand oude muis kan al even groot en zwaar als haar moeder zijn. Dat is nog geen reden om haar nest te vervroegen. Let hier dus goed mee op en hou de geboortedatum van de dieren nauwkeurig bij (deze staan bij aangekochte dieren ook op de stamboom).

Ook mannetjes mogen niet te vroeg ingezet worden! Ze moeten eerst mooi uitgegroeid zijn dus ook voor hen wordt een beginleeftijd van drie maand aangeraden. Mannelijke dieren kunnen echter hun hele leven blijven dekken. De beste mannen zijn degene die al een wat oudere leeftijd hebben ( 8 maand tot een jaar ). Hiervan is bijna zeker dat ze geen erfelijke afwijkingen of nare ziektes hebben. Want een heel belangrijk punt om op te selecteren bij kleurmuizen is de gezondheid. Door hun oorsprong uit laboratoria en de vele inteelt die gebeurd is, is kanker de grootste doodsoorzaak bij muizen. Het is dan ook aangeraden dieren te gebruiken uit lijnen die weinig tumoren bevatten. En om daarin eerlijk te zijn tegen jezelf. Heeft het ouderdier een tumor, sluit de jongen dan ook uit voor de fok. Dat kan heel pijnlijk zijn als het om dieren gaat waar je de kleur of andere eigenschappen echt van kan gebruiken, maar gezondheid hoort nog steeds op de eerste plaats te staan.


De combinatie

Niet alleen de ouders apart, maar ook samen moeten een goede keus zijn. Je twee mooiste dieren hoeven niet perse de beste combinatie te vormen. Sommige genen zorgen ervoor dat de jongen sterven, dus twee dieren met die genen kruisen is geen goed idee. Ook het feit als je al dan niet aan incest doet speelt een rol. Sommige mensen houden ervan inteelt te gebruiken, omdat je zo eigenschappen makkelijker vast kunt fokken. Vergeet daarbij niet dat je niet enkel de goede, maar ook de slechte eigenschappen vastzet! Denk dus goed na als je besluit met inteelt te gaan werken!
Mocht je dieren gebruiken die al eerder een nest hebben gehad, bestudeer het vorige nest dan goed. Zijn de jongen mooi uitgegroeid? Zijn er veel gestorven? Zijn er afwijkingen te vinden? Hebben ze de eigenschappen meegekregen die je wou laten doorgeven? Ook het gedrag van de moeder bestuderen bij een eerder nestje kan van belang zijn. Sommige dieren zijn gewoon geen goede moeders en kunnen hun hele nest verslinden. Het is dan ook niet aangereden met die dieren een tweede nestje te fokken.


Dracht en bevalling

De drachttijd van een kleurmuis bedraagt 21 dagen (= 3 weken). Toch is het pas vanaf de derde week te zien dat het dier drachtig is (ten vroegste op dag 14, meestal rond dag 18). Dan worden de tepeltjes beter zichtbaar en begint er zich ook een buikje te vormen. Vanaf de dag dat je het buikje begint te zien, gaat alles enorm snel. Dag op dag zal je haar buik zien uitzetten en op het moment dat je denkt dat het echt niet meer dikker kan, zal ze nog bijkomen. Aan beide kanten van het dier zal de buik enorm uitsteken, alsof ze een balletje ingeslikt heeft. Op dit moment verschoon je haar verblijf het best nog een laatste keer voor de bevalling. Gebruik een dichte kooi. De jongen zullen vroeger beginnen rondkruipen dan je verwacht en kunnen zelfs met gesloten oogjes door tralie raken.
Sommigen houden bij het drachtige vrouwtje nog een tweede dametje als hulpmoeder. Dit gaat soms goed, maar niet altijd. Het is de keus van de fokker als deze het risico neemt om er een hulpmoeder bij te plaatsen of niet.

Laat je dier tijdens de bevalling met rust! Deze gebeurt bijna altijd ’s nachts en kan een kwartier tot een uur duren, afhankelijk van het aantal jongen. Dit aantal kan oplopen van één enkel dier tot meer dan 15 dieren. Er zijn gevallen bekend waar tot 20 jongen werden geboren. Deze nesten worden beter door de fokker uitgedund of verplaatst, want de moeder kan deze nooit allemaal zelf in leven houden.

Het kan gebeuren dat het moederdier jongen opeet. Dit kan verschillende redenen hebben. Jongen die fysisch niet in orde zijn zullen door de moeder opgeruimd worden, evenals doodgeboren jongen. Sommige moeders weten ook helemaal niet wat ze met die jongen aan moeten en eten ze dus uit verwarring (deels) op.


Het nest

De muizenbaby’s worden doof, blind en kaal geboren. Ze zijn altijd roze van kleur en zijn volledig hulpeloos. Laat ze daarom ook in het nest liggen en raak ze niet aan! Door aanraking de eerste dagen zouden de jongen naar jouw handen kunnen ruiken, waardoor de moeder ze niet meer zou kunnen herkennen. Soms gebeurt het dat een baby het nest verlaat en hulpeloos en piepend door de bak zit te kronkelen. Ook hier hoef je niet in te grijpen, het moederdier zal het jong vroeg of laat terug het nest in brengen.
Het is belangrijk dat de jongen al vanaf de eerste dag een duidelijk melkbuikje hebben. Dit is een witte vlek links op de buik en dus ook de plaats waar het maagje zit. Als ze geen melkbuikje hebben wil het dus zeggen dat ze of niet drinken, of dat de moeder geen melk produceert.
Vanaf de eerste dag is nog geen haarkleur te zien, maar wel de oogkleur kan vastgesteld worden. Muizen met zwarte ogen hebben duidelijk donker pigment op de plaats van de ogen, terwijl dit bij de muizen met rode ogen dezelfde roze kleur heeft als de rest van het lichaam.

Het opgroeien van een muis gaat enorm snel en veranderd dag na dag:

  • Na enkele dagen kun je al pigmentvorming over het hele lichaam beginnen waarnemen. Vooral bij donker gekleurde dieren is dit enorm goed te zien. Dieren die een wit vachtje zullen krijgen zullen heel lang roze gepigmenteerd blijven.
     
  • Na 10 dagen gaan de oortjes open en beginnen de diertjes, die nog altijd blind zijn, hun omgeving te verkennen. Hier start ook de inprentingsfase en vanaf nu is het ook belangrijk de jongen af en toe op de hand te nemen zodat ze hieraan beginnen te wennen.
     
  • Op een leeftijd van ongeveer 14 dagen gaan de oogjes open. Vanaf nu hebben de jongen de naam ‘springer’. Hun enorm actieve gedrag is hier een duidelijke verklaring voor. Hou bij het hanteren dan ook altijd het staartje vast want nu zouden ze zo uit je hand durven te springen.
     
  • Rond de 14 dagen kan een onderscheid gemaakt worden tussen mannetjes en vrouwtjes.
     
  • Nog voor ze 3 weken oud zijn zullen ze al proberen vast voedsel zoals labbrokken of gemengd voer proberen te eten. Ze hebben echter nog steeds hun moedermelk hard nodig.
     
  • Zodra de muizen 4 weken oud zijn zullen ze hun springgedrag vergeten en zijn ze al een stuk makkelijker te hanteren. Ze zullen nu ook volledig overgaan op vaste voeding.
     
  • Hoewel ze al vanaf 4 weken zelfstandig waren, is het verstandig de dieren tot een leeftijd van 5 weken bij de moeder te houden. Daarna worden ze per geslacht geplaatst.


Socialisatie

De jonge diertjes moeten dus vanaf hun 4de levensweek weggehaald worden bij het andere geslacht. De dames kunnen samen met hun moeder meeverhuizen naar de oorspronkelijke vrouwengroep. De mannetjes kunnen gekoppeld worden aan de mannengroep of aan hun vader (moest die apart blijven zitten zijn na de dekking wegens onkoppelbaar te zijn).
Het is belangrijk dat de jonge dieren bij oudere dieren terecht komen tot ze zo’n 6 weken oud zijn. Met hun leeftijd van 4 tot 6 weken zitten ze namelijk in hun socialisatieperiode, wat enorm belangrijk is voor hun gedrag naar andere muizen toe op latere leeftijd. Dieren die te vroeg weggehaald zijn bij hun moeder of de groep, kunnen dus gedragsstoornissen gaan vertonen achteraf zoals angst of agressie naar andere muizen van hetzelfde of het andere geslacht.


Nieuwe thuis

Het zit er alweer op. Na 6 weken kunnen de jongen al verhuizen naar een nieuwe eigenaar. De beste situatie is natuurlijk dat de jonge dieren met twee vertrekken (dus twee broertjes of twee zusjes), zeker als hun toekomstige kooigenoten al een andere leeftijd zouden hebben.
De prijs bepaalt de fokker helemaal zelf. Evenals het feit als deze al dan niet stambomen opmaakt en meegeeft aan de kopers, als deze garantie geeft, etc.


Mogelijke problemen

De hele voorgaande situatie is natuurlijk een droom voor iedere dierenliefhebber die een nestje muizen wil fokken. Maar helaas zit de realiteit soms iets anders in elkaar. Het kan niet altijd perfect gaan en soms kun je er als fokker helemaal niets aan veranderen. Maar wat er dus allemaal kan mislopen tijdens het fokken van muizen:

  • Het moederdier komt te sterven.
  • Het moederdier eet de jongen (deels) op.
  • Het moederdier verstoot haar eigen jongen of sleept ze de hele tijd rond.
  • De jongen hebben een afwijking / misvorming.
  • Het nest is te groot en niet alle dieren krijgen melk.
  • Het moederdier aborteert.
  • Een aanwezig hulpmoedertje eet alle jongen op.
  • Jonge dieren komen klem te zitten, vallen in een drinkpotje, etc.

 

Een uitgebreider artikel over het starten met de fok van kleurmuizen kan gevonden worden in het tweede nummer van MUIS (jaargang 1).


1. Een beginnend buikje


2. Moederdier met haar pasgeboren jongen (pinky's)


3. Het eerste pigment komt tot uiting.


4. Het eerste vachtje komt erdoor (Fuzzy's)


5. Aan 14 dagen gaan de oogjes open (Springers)


6. Tussen de 3 en 4 weken zullen de jongen enorm groeien en zelfstandig beginnen eten.


7. Tussen de 4de en 5de week moeten de geslachten apart en hebben de jongen nood aan socialisatie.


Duidelijk rode ogen (roze)


Duidelijk donkere ogen (zwart)


Gezonde melkbuikjes mogen niet ontbreken.